|
|
|
|
Encyclopedie
Aandeel
Een aandeel is een bewijs van deelname in het vermogen of aandelenkapitaal van een onderneming. Een aandeelhouder ontvangt voor het beschikbaar stellen van zijn vermogen dividend. Aandelen zijn risicodragend.
Advieskoers
Een advieskoers is de verwachte openingskoers van een aandeel. Deze is geheel vrijblijvend en gebaseerd op koop- en verkoopopdrachten die voor aanvang van de beurs zijn ontvangen. Houd er rekening mee dat een advieskoers niet meer is dan een indicatie.
AEX-index
De AEX-index is de graadmeter van de lokale Nederlandse effectenmarkt, welke door Euronext wordt berekend en onderhouden. De AEX-index is gewogen en wordt gebaseerd op de 25 meest verhandelde in Nederland genoteerde ondernemingen op de effectenbeurs van Euronext.
AFM
AFM staat voor Autoriteit Financiële Markten, gedragstoezichthouder op de financiële markten. Hiermee wil de AFM een bijdrage leveren aan het goed functioneren van deze markten.
Alt-A hypotheken
Hypotheekvorm uit de Verenigde Staten. Mensen die geen schuld hebben uitstaan kunnen een hypotheek krijgen zonder daarvoor een bewijs te leveren van het inkomen. Veelal zijn deze hypotheken gekoppeld aan de voorwaarde dat er pas na 5 tot 7 jaar afgelost hoeft te worden en dat de rente na die periode wordt herzien.
AMX
AMX staat voor Amsterdam Midkap-index. Dat is de Nederlandse index waarin de 25 middelgrote fondsen (midkaps) zijn opgenomen. De AMX wordt onderhouden en berekend door Euronext en bestaat sinds 1995.
Analist
Een analist onderzoekt en analyseert bepaalde sectoren of bedrijven. De analist komt met adviezen voor vermogensbeheerders of bijvoorbeeld klanten van zakenbanken. Dit advies kan onder meer inhouden of een bepaald aandeel moet worden gekocht of juist niet.
AScX
ASxX staat voor Amsterdam Small cap Index, de nieuwste index van Euronext Amsterdam. Dat is de Nederlandse index waarin de 25 kleinere fondsen (small caps) zijn opgenomen. De fondsen in de AScX vallen net buiten de criteria om te worden toegelaten tot de AMX.
Assurantiebelasting
Assurantiebelasting is een belasting van 7,5% die betaald wordt over de premie van een verzekering. Vóór 1 maart 2008 bedroeg de assurantiebelasting 7%.
Baisse
Een baisse is een algemene en aanhoudende daling van de koers op een effectenbeurs. Het tegenovergestelde van een baisse wordt een hausse genoemd.
Balans
Een balans geeft de financiële positie van een onderneming weer. Het is een overzicht van de schulden en bezittingen. Aan de linkerkant staan de bezittingen en vorderingen (debetzijde) en aan de rechterkant staan de schulden en het eigen vermogen (creditzijde).
Bankgarantie
Bankgarantie wil zeggen dat een bank garant staat voor een lening die door een particulier of onderneming is afgesloten. Kan de kredietnemer niet meer aan zijn verplichtingen voldoen, dan betaalt de bank de schuldeisers. Er moet wel een vergoeding worden betaald voor een bankgarantie.
Basispensioenregeling
Een basispensioenregeling is de collectieve pensioenregeling of dat deel van de regeling waaraan de werknemer op basis van de pensioenovereenkomst aan deelneemt.
Bearmarket
Een bearmarket is een markt met dalende koersen waarvan verwacht wordt dat zij nog verder zullen dalen. Er wordt een vergelijking met een beer gemaakt, omdat deze altijd van boven naar beneden slaat in een gevecht.
Beleggingsfonds
Een beleggingsfonds is een effectenportefeuille die wordt beheerd door een fondsbeheerder of fondsmanager die besluit welke aandelen er worden verkocht of gekocht. Iedereen kan in het beleggingsfonds participeren. De meeste beleggingsfondsen zijn een initiatief van banken of verzekeraars. Er zijn ook fondsen die worden geëxploiteerd door kleine vermogensbeheerders. Alle aanbieders worden gecontroleerd door de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
Besloten vennootschap (BV)
Een besloten vennootschap (BV) is een rechtspersoon die bij notariële akte is opgericht met overdraagbare aandelen waarvan de statuten uitsluitend aandelen op naam bevatten.
Besteedbaar inkomen
Het besteedbaar inkomen is de verzameling van inkomsten uit arbeid, onderneming, vermogen en/of van de overheid. Dit wordt verminderd met betaalde inkomensoverdrachten als belastingen en premies voor inkomens- of ziektekostenverzekeringen.
Beurs
Centrale handelsplaats waar effecten als aandelen, obligaties, opties, futures en warrants worden verhandeld. De Nederlandse beurs kent de naam Euronext Amsterdam. Enkele buitenlandse beurzen zijn NYSE, Nasdaq en London Stock Exchange.
Beurskoers
Een beurskoers is een marktprijs die is bepaald aan de hand van vraag en aanbod van een bepaald fonds. Vanzelfsprekend zijn beurskoersen variabel.
Boeterente
Een boeterente is het bedrag dat in rekening wordt gebracht bij het oversluiten van een hypotheek of lening.
Broker
Een broker is een beursmakelaar. Deze accepteert beursorders en stuurt ze door naar de effectenbeurs. Een broker kan een bank zijn, maar ook een gespecialiseerde effecteninstelling. Er zijn tegenwoodig ook internetbrokers waar je je beursorders tegen een fors lager tarief kunt doorgeven.
BTW
BTW is een heffingssysteem en staat voor Belasting over de Toegevoegde Waarde. BTW wordt ook wel omzetbelasting genoemd. Het is de belasting die de overheid heft op de verkoop van producten of diensten. Op luxe producten die niet noodzakelijk zijn om te leven, wordt in ons land een hoog tarief geheven van 19%. Voor levensmiddelen geldt een laag tarief van 6%.
Bullmarket
Een bullmarket is een markt waarin de koersen stijgen en waarvan verwacht wordt dat zij nog verder zullen stijgen. De vergelijking met de stier wordt gemaakt, omdat een stier van beneden naar boven vecht. De bullmarket bestaat uit drie fasen. De eerste fase is de opbouwfase. In de tweede fase stijgen de prijzen en het volume en in de derde fase ontdekken steeds meer beleggers de aandelen en speculeren ze op verder stijgende koersen.
BV
BV staat voor Besloten Vennootschap. Een BV is een rechtspersoon waarvan het maatschappelijk kapitaal is verdeeld in aandelen die niet vrij overdraagbaar zijn. Ze staan op naam.
Cashflow
Cashflow wordt in het Nederlands ook wel kasstroom genoemd. Het is de som van de nettowinst en de afschrijvingen. Cashflow geeft aan in welke mate een bedrijf in staat is te investeren of schulden af te lossen.
CBS
CBS is de afkorting voor Centraal Bureau voor de Statistiek. Bepaalde ondernemers moeten een afzonderlijke opgaaf aan het CBS verstrekken. Om welke ondernemers het gaat, is vastgelegd in een EU-verordening. Het hangt van de hoogte van de omzet af welke gegevens er verstrekt moeten worden.
Centrale bank
Een centrale bank voert over het algemeen meerdere taken uit. Zo houdt ze toezicht op financiële instellingen, is ze verantwoordelijk voor het uitvoeren van het monetair beleid van het desbetreffende land, bevordert ze het betalingsverkeer, brengt ze bankbiljetten in circulatie en houdt ze toezicht op financiële instellingen.
Chartaal geld
Chartaal geld staat voor al het tastbare geld in de vorm van munten en bankbiljetten dat in de handen is van het publiek. In feite gaat het om iedereen behalve geldscheppende instellingen als algemene of primaire banken en de rijksoverheid. Zie ook: giraal geld.
Chief Executive Officer (CEO)
De Chief Executive Officer is de voorzitter van de raad van bestuur van een onderneming. Het is in feite de eindverantwoordlijke binnen dat bestuur. De rol van de CEO hangt af van de bedrijfsvorm, maar over het algemeen kan gesteld worden dat hij verantwoordelijk is voor de algehele gang van zaken.
Collectieve arbeidsovereenkomst (cao)
Een cao is een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarin arbeidsvoorwaarden vastgelegd zijn voor een grote groep werknemers. Een cao kan gelden voor een specifiek bedrijf, maar ook voor een hele bedrijfstak.
Commodities
Onder commodities vallen grondstoffen of basisproducten die internationaal en veelal via termijncontracten worden verhandeld. Gedacht moet worden aan bijvoorbeeld ruwe olie en gas, goud, zilver, aluminium, koper, zink, nikkel en lood, maar ook voedingsproducten als graan, sojabonen en zelfs vee.
Conjunctuur
Conjunctuur staat voor de op- en neergaande beweging van de economie gedurende een periode van vijf tot tien jaar. Deze beweging wordt veroorzaakt door de productie (het aanbod) van en de vraag naar goederen. Blijft de productiegroei achter bij de trendmatige groei dan wordt gesproken van een laagconjunctuur. Is de productiegroei groter, dan spreken we van een hoogconjunctuur. Bij een vertragende of negatieve productiegroei spreekt men van een recessie.
Deflatie
Deflatie staat voor waardevermeerdering van geld, als gevolg van een daling van het algemene prijspeil. Bij deflatie bestaat het gevaar dat consumenten en investeerders aankopen uitstellen omdat ze verwachten dat de prijzen nog verder zullen dalen. Hierdoor ontstaat een neerwaartse spiraal.
Deposito
In een deposito wordt geld weggezet voor een vaste termijn tegen een vaste rente. Deze termijn kan variëren van een dag tot enkele jaren.
Depositogarantiestelsel
Het depositogarantiestelsel biedt bescherming wanneer een bank niet meer aan haar verplichtingen kan voldoen. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn in het geval van een faillissement. De bescherming geldt voor tegoeden op betaalrekeningen, spaarrekeningen en obligaties op naam. Over het algemeen vallen achtergestelde deposito’s niet onder het garantiestelsel. Voorheen gold dat de eerste 20.000 voor 100% gegarandeerd was en de tweede 20.000 euro voor 90%. Door de bankencrisis is dit bedrag tijdelijk, of in elk geval tot 7 oktober 2009, verhoogd tot 100.000 euro gegarandeerd.
Derivaten
Derivaten zijn financiële producten (bijvoorbeeld opties en futures) die niet zelf een contante waarde hebben, maar waarvan de waarde afhangt van andere financiële producten (zoals aandelen en obligaties).
Dividend
Dividend is de winst die een onderneming uitkeert aan de aandeelhouders. Normaal gesproken wordt dividend uitgekeerd na de presentatie van de jaarcijfers. Een bedrijf kan echter ook halfjaarlijks ‘interim-dividend’ uitkeren.
DNB
DNB staat voor De Nederlandse Bank, de centrale bank van Nederland. DNB heeft het Nederlandse monopolie op de uitgifte van bankbiljetten. Het bestuur wordt gevormd door de directie met aan het hoofd de president. Momenteel is dat Nout Wellink.
Dow Jones
De Dow Jones is de bekendste index van Amerikaanse bedrijven. De index bestaat uit dertig fondsen welke allen een leidende rol spelen binnen hun branche. De Dow Jones moet een representatieve weergave vormen van de Amerikaanse economie. De samenstelling van de Dow Jones wijzigt zelden.
Durfkapitaal
Durfkapitaal is geld dat verstrekt wordt aan ondernemingen in ruil voor aandelen in die onderneming met als doel binnen een bepaalde periode een hoog rendement te realiseren.
Effecten
Effecten zijn bewijzen van deelgerechtigheid in een vermogen, winst of lening op de lange termijn. Voorbeelden van effecten zijn aandelen, obligaties en andere waardepapieren die verhandelbaar zijn.
Effectenbeurs
De effectenbeurs is de gereglementeerde markt voor effecten. Deze markt maakt het mogelijk om effecten als aandelen en obligaties te verhandelen. Kopers en verkopers kunnen via de handelsfaciliteit van de effectenbeurs hun waardepapieren aan elkaar aanbieden. Ook vindt de uitgifte van nieuwe waardepapieren plaats en wordt de uitkering van bijvoorbeeld dividend geregeld.
Effectieve rente
De effectieve rente is de werkelijke rente die betaald moet worden, waarbij rekening is gehouden met afsluitkosten, het tijdstip van betalen, het aantal betalingen per jaar en de looptijd van de lening. Zie ook: nominale rente.
Eigen risico
Het eigen risico zijn de kosten die bij schade voor eigen rekening zijn. Dit komt veel voor bij verzekeringen. Een verzekeraar beoogt door middel van een eigen risico de schadelast te beperken. Een eigen risico zorgt ervoor dat de verzekeraar minder schades hoeft uit te keren. Daarnaast zal de verzekerde zorgvuldiger handelen, wetende dat niet de hele schade wordt vergoed. Bovendien hoeft de verzekeraar geen schades van kleine omvang af te wikkelen, die relatief hoge administratieve kosten met zich meebrengen.
Eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait is een ‘voordeel’ dat voor de inkomstenbelasting wordt berekend en dat opgeteld moet worden bij de inkomsten uit werk en woning. Het eigenwoningforfait wordt vastgesteld aan de hand van een percentage over de WOZ-waarde.
Eindloonregeling
De eindloonregeling is een pensioenregeling waarbij uitgegaan wordt van het laatstverdiende salaris en het aantal jaren dat een werknemer bij een werkgever in dienst is geweest.
Enkelvoudige rente
Enkelvoudige rente is de rente die telkens wordt berekend over de hoofdsom, over in vorige periodes uitgekeerde rente wordt dan niet opnieuw rente vergoed.
Euribor
Euribor staat voor Euro Interbank Offered Rate en is het rentetarief dat banken onderling in de eurolanden hanteren wanneer ze elkaar leningen in euro’s verstrekken. Elke werkdag om 11.00 uur wordt het Euribortarief vastgesteld en doorgegeven aan deelnemende partijen en de pers.
Euronext
In 2000 werden de beurzen van Parijs, Brussel en Amsterdam gefuseerd, de beursmaatschappij die ontstond wordt Euronext genoemd. Met de oprichting werd ingespeeld op de groeiende globalisering van de financiële markten. Bovendien werden de transactiekosten gedrukt.
Euronext 100
De index die door Euronext is berekend en samengesteld en bestaat uit de 100 grootste ondernemingen die genoteerd staan op de Euronext. De Euronext 100 geeft een beeld van de koersontwikkeling van de belangrijkste ondernemingen in Frankrijk, België en Nederland.
Europese Centrale Bank (ECB)
De Europese Centrale Bank is de centrale bank voor de Europese gemeenschappelijke munt, de euro. De ECB is op 1 juni 1998 opgericht en verving het Europees Monetair Instituut (EMI). Hoofdtaak van de ECB is het handhaven van de koopkracht van de euro en daarmee prijsstabiliteit in de eurozone.
Executiewaarde
Executiewaarde is de verwachte waarde van een roerend of onroerend goed bij gedwongen openbare verkoop. De executiewaarde wordt vastgesteld door middel van taxatie.
Failliet
De term ‘failliet’ geeft aan dat iemand niet meer in staat is zijn of haar schulden te betalen. De rechtbank verklaart hem/haar dan failliet, waarna de beschikking over de bezittingen van de schuldenaar bij de curator komt te liggen.
Federal Reserve System
De Federal Reserve System, Federal Reserve of FED is de naam van de federale centrale bank van de Verenigde Staten. De FED is vergelijkbaar met de Europese Centrale Bank in Frankfurt en wordt bestuurd door een Raad van Commissarissen die door de President wordt benoemd. Anders dan de naam doet vermoeden is de Federal Reserve geen eigendom van de staat, maar privébezit van enkele grote banken. De FED houdt zich bezig met monetair beleid, maar houdt ook toezicht op het binnenlands betalingsverkeer.
Financiële bijsluiter
Een financiële bijsluiter wordt veelal aangeboden bij complexe financiële producten. In Nederland is de financiële bijsluiter een gestandaardiseerd document dat op 1 juli 2002 is ingevoerd nadat er een grote behoefte ontstond aan een instrument om complexe financiële producten met elkaar te kunnen vergelijken. Hier drong zich de analogie op met geneesmiddelen, omdat die al jaren verkocht werden met een ‘bijsluiter’ waarin het ging over de werking en het risico van het product. Aanbieders waren vanaf 1 juli 2002 verplicht voor alle complexe producten een bijsluiter te verschaffen. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) ziet toe op de informatie in de financiële bijsluiter en heeft tevens een aantal standaardteksten beschikbaar gesteld waaraan instellingen zich dienen te houden.
Financieringstekort
Er is sprake van een financieringstekort wanneer de lopende uitgaven van het Rijk hoger zijn dan de inkomsten. Hierbij worden aflossingen op de schaatsschuld niet meegerekend. Het financieringstekort zorgt ervoor dat de staatsschuld toeneemt. Het financieringstekort speelt in politieke besluitvorming een grotere rol dan het begrotingstekort.
Er kan tevens sprake zijn van een financieringsoverschot. Is dat het geval dan neemt de staatsschuld af. Nederland heeft tot nu toe zelden een financieringsoverschot gehad.
Fondsmanager
Een fondsmanager is de beheerder van een beleggingsfonds. Hij bepaalt in welke sectoren en regio’s er wordt belegd en waarin er wordt geïnvesteerd. Het beleid van een fondsmanager komt in een prosopectus te staan die iedereen kan inzien. Deze prospectus kan een fondsmanager niet van de een op de andere dag wijzigen. Het kan worden vergeleken met een regeerakkoord. Zie ook: prospectus.
Fundamentele analyse
Een fundamentele analyse is de techniek in de beleggingswereld waarbij analisten de aantrekkelijkheid van een aandeel of sector ten opzichte van andere beleggingsmogelijkheden proberen te beoordelen. Dit doen zij door middel van een analyse van de gang van zaken in die onderneming of bedrijfstak. In een fundamentele analyse wordt in feite alles meegenomen dat door een analist van belang wordt geacht voor het voorspellen van bedrijfsresultaten. Enkele vragen die daarbij aan de orde zullen komen zijn:
- Wat is de strategie van een onderneming? - Welke veranderingen kunnen er worden verwacht in de marktpositie? - Wat is de verwachting met betrekking tot de omzetontwikkeling? - Welke kosten zijn daarmee gemoeid? - Komt de onderneming met nieuwe producten waarvan goede winstbijdragen te verwachten zijn? - Welke kapitaalbehoefte heeft een onderneming? - Moet zij daarvoor een beroep doen op de kapitaalmarkt? - Hoe zien bovenstaande zaken eruit bij directe concurrenten van deze onderneming?
Theoretisch gezien is een fundamentele analyse een tegenhanger van een technische analyse.
Future
Een future is een termijncontract dat wordt verhandeld op de beurs. Er wordt een prijs vastgelegd waartegen men op een vastgesteld tijdstip een zekere hoeveelheid goederen, effecten of valuta kan kopen of verkopen. Eenvoudig gezegd komt men een transactie in de toekomst overeen. In de beleggingswereld is een future een ‘afgeleid product’. Dat wil zeggen dat het zijn waarde ontleent aan de prijs van een ander product, de zogenaamde ‘onderliggende waarde’.
Geldhoeveelheid
De geldhoeveelheid is de hoeveelheid geld waarover het publiek kan beschikken. Het gaat dan om niet-geldscheppende instellingen als huishoudens, non-financiële bedrijven, lagere overheden en sociale fondsen. De geldhoeveelheid kent drie vormen die allen worden aangeduid door de letter ‘M’ van money vergezeld van een getal dat de soort aangeeft.
M1 staat voor de maatschappelijke geldhoeveelheid en geeft aan hoeveel geld er daadwerkelijk uitgegeven kan worden. Het gaat dan om chartaal en giraal geld, munten, bankbiljetten en girale betaalrekeningen inclusief het elektronische geld. Het elektronische geld omvat de tegoeden op de Chipknip en de harde schijf van bankcomputers maar niet die op pinpassen en creditcards. M2 staat voor de tussenliggende geldhoeveelheid en is in feite M1 plus het geld dat op korte termijn in cash omgezet kan worden, zoals bijvoorbeeld het geld op spaarrekeningen. M3 is de ruime geldhoeveelheid welke naast M2 ook geld bevat dat op langere termijn belegd is in bijvoorbeeld aandelen of obligaties.
Geldmarkt
De geldmarkt is de markt waarop financiële instellingen op korte termijn geld lenen of uitzetten. Op de geldmarkt vindt prijsvorming plaats, dat is de korte rente. De handel op de geldmarkt is voornamelijk interbancair, maar ook institutionele beleggers, de overheid en grote bedrijven opereren er. De handel op de geldmarkt gaat altijd over de korte termijn, zo lopen leningen van een dag tot 1 a 2 jaar. Langer lopende leningen worden op de kapitaalmarkt verhandeld.
In principe heeft de geldmarkt drie functies: - Het vereffenen van overschotten en tekorten - Tijdelijke financieringsbron van de staat - Het aangrijpingspunt van monetair beleid
Het geld dat in omloop is op de geldmarkt wordt beheerd door de centrale bank.
Giraal geld
Giraal geld is geld in niet-fysieke vorm, men kan dus het niet aanraken. Het girale geld bestaat uit de tegoeden die in handen zijn van het publiek en die in principe direct in contanten kunnen worden omgewisseld of gebruikt voor het doen van girale betalingen (overschrijvingen). Het gaat hierbij om niet-geldscheppende instellingen, ofwel iedereen behalve de algemene banken en de rijksoverheid. Samen met chartaal geld is giraal geld onderdeel van de maatschappelijke geldhoeveelheid, het geld dat in handen is van het publiek.
Goud
Goud is een edelmetaal. Vaak zoeken beleggers die het geloof in aandelen verloren hebben naar alternatieven om hun geld te laten groeien. Goud is een alternatief, omdat de goudprijs niet automatisch daalt wanneer de aandelenmarkt in slechte tijden verkeert.
Hausse
Een hausse is het overspannen hoogtepunt van een conjunctuur. Het tegenovergestelde van een hausse wordt een baisse genoemd. De kenmerken van een hausse zijn ondernemingslust, een hoog consumptie- en investeringspeil en een hoge productie. De gevolgen zijn schaarste aan productiemiddelen, stijging van prijzen en inflatoire oververhitting.
Hedge fund
Een hedge fund is een beleggingsfonds dat probeert door de aan- en verkoop van derivaten een zo goed mogelijk resultaat te boeken. Een hedge fund maakt gebruik van een vooraf vastgestelde strategie die zowel long- als shortposities kent. Veel hedge funds maken gebruik van geleend geld om een leverage of hefboom te creëren. Dit maakt ze speculatief van aard. Vaak hebben hedge funds een korte termijn visie.
Heffingskorting
Heffingskorting is een korting op de verschuldigde belasting of premie volksverzekeringen. In totaal zijn er vijftien verschillende heffingskortingen waarvan er met zes rekening kan worden gehouden bij de loonbelasting of premie volksverzekeringen.
Hold
‘Hold’ is de verkorte term die door banken en analisten wordt gebruikt voor het afgeven van een houdadvies. De verwachting is dan dat de onderneming gemiddeld gaat presteren, vergelijkbaar met de markt. Een hold advies betekent dat het advies is om niet te kopen. Heeft u al aandelen in uw bezit, dan is het advies om ze niet te verkopen.
Hyperinflatie
Hyperinflatie is zeer sterke inflatie. Een normale inflatie behelst vaak slechts enkele procenten per jaar, maar in het geval van hyperinflatie zijn de prijsstijgingen zodanig dat ze de prijzen per dag stijgen.
IBAN
IBAN is een afkorting voor International Bank Account Number. Dat is een internationaal bankrekeningnummer dat wordt gebruikt voor internationale transacties binnen Europa.
iDeal
Online betalingssysteem voor veilige en directe betalingen op internet. Met één aansluiting van iDeal kunnen alle internetbankierende gebruikers van de deelnemende banken betalen in een webwinkel. De consument betaalt met iDeal via zijn vertrouwde internetbankieren omgeving.
In de wind gaan
Door in de wind te gaan speculeert men op een koersdaling door stukken te verkopen die men nog niet heeft. Men hoopt deze stukken tegen leveringstijd goedkoper te kunnen inkopen. In de wind gaan wordt ook wel ‘short gaan’ genoemd.
Indexbeleggen
Bij indexbeleggen wordt een beursindex gevolgd. Het is een passieve vorm van beleggen. De beursindex die men volgt kan de AEX zijn, maar ook buitenlandse indexen zoals de CAC40 of de FTSE. Voor wie wereldwijd wil beleggen is er de MSCI World Index. Het is ook mogelijk om in een obligatie-indexfonds te beleggen.
Met passief beleggen wordt bedoeld dat het beleggingsresultaat van een index wordt geëvenaard in plaats van getracht te verslaan. Indexbeleggen is dan ook eenvoudiger en goedkoper dan actief beleggen.
Indexeren
Indexering is het aanpassen van pensioenen (voor of na pensioeningang) op basis van een bepaald indexcijfer. Dit vindt meestal plaats aan de hand van het prijsindexcijfer of het loonindexcijfer. In sommige gevallen is er sprake van een vaste (procentuele) stijging.
Inflatie
Inflatie is een stijging van het algemeen prijspijl, gemeten aan de hand van de consumentenprijsindex. In feite houdt inflatie waardevermindering van het geld in.
Internet bubble
De internet bubble (ook wel aangeduid met dot-com bubble of internetzeepbel) vond plaats tussen 1997 en 2001. In die periode groeiden de aandelenmarkten in westerse landen enorm snel. In het jaar 2000 sloeg de jarenlange koersstijging aan de Amerikaanse technologiebeurs Nasdaq om in een koersdaling. De koersen van de westerse beurzen begonnen weg te zakken doordat er in de media berichten over fraude, verduistering en corruptie opdoken. Uiteindelijk barstte de internet bubble in 2001 uit elkaar.
Intrinsieke waarde
De intrinsieke waarde is het verschil tussen de beurskoers en de uitoefenprijs van een optie, voor zover dit positief is. Bij aandelen is de intrinsieke waarde gelijk aan het eigen vermogen gedeeld door het aantal uitstaande aandelen. Opties met intrinsieke waarde worden ook wel in the money-opties genoemd.
Voorbeeld: Is de uitoefenprijs van een calloptie 30 euro en de beurskoers 35 euro, dan bedraagt de intrinsieke waarde 5 euro. Met de calloptie kunnen aandelen namelijk worden gekocht voor 30 euro, terwijl er op de beurs 35 euro voor moet worden betaald.
Wanneer de uitoefenprijs van een optie gelijk is aan de beurskoers, bedraagt de intrinsieke waarde 0. Dit worden at the money-opties genoemd. Is de uitoefenprijs van een calloptie hoger dan de beurskoers, dan is de intrinsieke waarde niet negatief, maar ook 0. Dit wordt een out of the money-optie genoemd.
Jaarbericht
Het jaarbericht wordt ook wel jaarrapport genoemd en bestaat doorgaans uit de volgende onderdelen: - Jaarrekening - Jaarverslag - Overige gegevens
Jaarrekening
Een jaarrekening is het wettelijk voorgeschreven verslag van de financiële resultaten van een onderneming. Het bevat de balans, de verlies- en winstrekening en een toelichting daarop. Het doel van een jaarrekening is het verstrekken van informatie over de financiële positie, eventuele wijzigingen in de financiële positie en de behaalde resultaten van een onderneming.
Jaarverslag
Een jaarverslag (ook wel directieverslag genoemd) wordt opgesteld door het bestuur van een rechtspersoon en mag niet in strijd zijn met de jaarrekening.
Joint venture
Een joint venture is een zakelijk samenwerkingsverband tussen twee of meer organisaties. De samenwerking kan zowel van eenmalige als van blijvende aard zijn. Een joint venture is iets anders dan een fusie, omdat de partners in het samenwerkingsverband zelfstandig blijven.
Kapitaalmarkt
De kapitaalmarkt is de markt voor langlopend kapitaal, waaronder bijvoorbeeld aandelen en obligaties. De rente op de kapitaalmarkt, de ‘kapitaalmarktrente’, is langlopend en wordt ook wel ‘lange rente’ genoemd.
Kartel
Er is sprake van kartelvorming wanneer twee of meer ondernemingen afspraken maken met als doel het beperken van de concurrentie. Dit wordt meestal gedaan door middel van prijsafspraken.
Koers- winstverhouding
De koers- winstverhouding is de koers van een aandeel gedeeld door de winst per aandeel. Deze ratio laat zien hoeveel jaar een onderneming dezelfde winst moet draaien om de investering terug te verdienen. Koers- winstverhoudingen kunnen voor de gehele beurs flink schommelen. In een stijgende markt ligt het gemiddelde rond de 20, in tijden van recessie rond de 10.
Koerswaarde
De koerswaarde is de waarde die aan een fonds wordt toegekend op basis van zijn beurskoers. De koerswaarde wordt ook wel aangeduid met ‘koers’ of ‘effectieve waarde’.
Krach
Een krach (of crash) is een plotselinge sterke daling van de aandelenkoersen op de effectenbeurs. Meestal duurt een beurskrach slechts een aantal dagen. Het is dus iets anders dan een dalende markt, die veel langer aan kan houden.
Langlopende schulden
Een langlopende schuld is vreemd vermogen met een looptijd van meer dan één jaar.
Leverage
Een leverage is het percentage aan vreemd vermogen ten opzichte van het balanstotaal van een onderneming. Hoe hoger de leverage, des te lager de solvabiliteit. Een hoge leverage zorgt ervoor dat het risicoprofiel van de onderneming voor kredietverschaffers hoger is, waardoor zij een hogere rente in rekening zullen brengen. Ook de gevoeligheid van het resultaat voor de rentekosten zal als gevolg hiervan hoger zijn.
Lijfrente
Een lijfrente is een periodieke uitkering die iemand ontvangt voor zijn pensioen of om het inkomen van nabestaanden veilig te stellen. Een lijfrente duurt doorgaans zo lang als het lijf in leven is, maar het is bijvoorbeeld ook mogelijk een lijfrente van vijf of tien jaar af te sluiten.
Liquide middelen
Liquide middelen is geld dat direct ter beschikking staat. Het gaat hierbij om activa in de vorm van chartaal of giraal geld die op korte termijn kunnen worden omgezet in geld. Voorbeelden van liquide middelen zijn het eigen geld in kas of het geld op de bankrekening.
Loonheffingskorting
Loonheffingskorting is de korting op de in te houden loonbelasting/premie volksverzekeringen. Het is een korting op het bedrag dat wordt ingehouden op het loon. Er bestaan zes verschillende soorten loonheffingskorting. Elke werknemer heeft in principe recht op loonheffingskorting.
Loon-prijs spiraal
Een loon-prijs spiraal is het verschijnsel dat lonen en prijzen elkaar beurtelings opjagen. Stijgen de prijzen door een externe factor, dan gaan werknemers er bij gelijke lonen in koopkracht op achteruit. Op hun beurt eisen de werknemers hogere lonen die ervoor zorgen dat producenten ze doorberekenen in de prijzen. Werknemers zullen hierdoor weer hogere lonen eisen, etc.
Loonstrookje
Het loonstrookje is een specificatie van het uitbetaalde loon en heeft tot doel de werknemer te tonen hoe het nettoloon is berekend rekening houdend met de afspraken in de arbeidsovereenkomst en de wet. Het loonstrookje moet in elk geval de volgende onderdelen bevatten:
- Naam van werkgever en werknemer - Overeengekomen arbeidsduur - Termijn waarop betaling betrekking heeft - Brutoloon en de opbouw daarvan - Inhoudingen - Minimumloon en minimumvakantietoeslag
M1, M2, M3 (geldhoeveelheid)
M1, M2 en M3 zijn maatstaven voor de geldhoeveelheid. M1 staat voor al het chartale en girale geld, M2 staat voor M1 plus alle spaartegoeden en M3 staat voor M2 en de termijndeposito’s (ofwel: chartaal geld, giraal geld, spaartegoeden en termijndeposito’s).
Maatschap
Een maatschap is een samenwerkingsvorm tussen twee of meer personen. Deze samenwerkingsvorm wordt veel toegepast door vrije beroepsbeoefenaren als artsen, fysiotherapeuten of accountants. Elke ‘maat’ is met zijn privévermogen aansprakelijk voor schulden van de maatschap en betaalt inkomstenbelasting over zijn deel van de winst.
Macro-economie
Macro-economie is dat deel van de economische wetenschap dat zich bezighoudt met het bestuderen van economische systemen als geheel. Het gaat daarbij meestel om de economische samenhangen van een land. Meestal wordt de consumptie van alle gezinnen in een land samen beschouwd, of de bestedingen die ondernemingen in een land gezamenlijk doen. Hierbij wordt dus geen onderscheid gemaakt tussen afzonderlijke diensten of producten.
Markt
Markt heeft in feite twee betekenissen. In economische zin staat het voor het geheel van vraag en aanbod van een bepaald product of een bepaalde dienst. Marketingtechnisch gezien staat het voor het geheel van potentiële afnemers van een bepaald product of een bepaalde dienst.
Micro-economie
De micro-economie is het onderdeel van de economische wetenschap dat het economisch gedrag van gezinnen en bedrijven onder de loep neemt. Vraag en aanbod staan in de micro-economie centraal. Er wordt getracht te verklaren in welke mate de prijs het aan- en verkoopgedrag beïnvloedt.
Midkap-index
De Midkap-index is de door Euronext berekende en onderhouden beursgraadmeter die de middelgrote aandelen vertegenwoordigt. De Midkap-index wordt ook aangeduid met de afkorting AMX (Amsterdam Midkap Index). Het belangrijkste criterium om opgenomen te worden in de AMX is de verhandelde omzet in een beursfonds. Op elke eerste handelsdag van maart en september wordt de samenstelling van de index herzien.
Monopolie
Een monopolie of alleenrecht is een marktvorm waarbij een enkele onderneming de enige aanbieder is. Dit is door de wet afgedwongen. De prijs wordt niet door marktwerking bepaald, maar vastgesteld door de enige aanbieder. Deze kan zo veel winst maken. Een ‘zuiver monopolie’ is een situatie waarin er geen enkel alternatief bestaat. Dit is in de praktijk zeldzaam.
Naamloze Vennootschap (NV)
Een naamloze vennootschap (NV) is een rechtspersoon waarvan het maatschappelijk kapitaal is verdeeld in aandelen. Deze zijn in beginsel vrij overdraagbaar. In een naamloze vennootschap komen de namen van de vennoten niet voor. Zij blijven buiten beeld. Daarmee is de NV de geschiktste vennootschap voor grootschalig aandeelhouderschap van vennoten die elkaar niet noodzakelijk hoeven te kennen.
Nabestaandenpensioen
Nabestaandenpensioen is pensioen dat iemand ontvangt wiens partner komt te overlijden. Dit is enkel het geval bij geregistreerd partnerschap of huwelijk. Het nabestaandenpensioen is onderdeel van de meeste pensioenregelingen.
Nasdaq
Nasdaq is de afkorting voor National Association of Securities Dealers Automated Quotations. Het is een beurs waar vooral aandelen van technologische bedrijven worden verhandeld. De Nasdaq begon de handel in 1971, het was toen de eerste elektronische beurshandel in de wereld. Sinds 1999 is het de grootste aandelenbeurs van de VS waaraan meer dan de helft van de verhandelde fondsen van de VS worden genoteerd.
Nikkei
De Japanse Nikkei index is de belangrijkste graadmeter van de effectenbeurs in Tokio. De index is samengesteld uit de 225 meest actieve fondsen van de effectenbeurs van Tokio. De index bestaat sinds 1971 en wordt vaak vergeleken met de Dow Jones index van de Verenigde Staten.
Nominale rente
De nominale waarde is de waarde van een aandeel, obligatie of ander geldswaardig papier. De nominale waarde kan afwijken van de beurswaarde of beurskoers.
Notering
Een notering is de koers zoals die tot stand is gekomen op de officiële markt, zoals bijvoorbeeld de effectenbeurs.
NYSE
NYSE staat voor de New York Stock Exchange (NYSE). Dat is de grootste en oudste aandelenbeurs ter wereld, gevestigd in New York op Wall Street. De NYSE is opgericht in 1792.
Obligatie
Een obligatie is een schuldbewijs van de Staat, het wordt daarom ook wel Staatsobligatie genoemd. De vergoeding wordt jaarlijks uitgekeerd en bestaat uit een vaste rente. Een obligatie is, mits de uitgevende instelling niet failliet gaat, een relatief veilige belegging omdat er geen koersrisico aanwezig is. Dit ligt anders wanneer de obligatie voor het einde van de looptijd wordt verkocht. Koersen van obligaties reageren namelijk op de marktrente. Bij een stijgende korte rente, dalen de koersen van obligaties omdat beleggers hun geld elders kunnen wegzetten tegen een hogere rente.
Onderneming
Een onderneming is een organisatorisch verband dat gericht is op een duurzame deelname aan het economisch verkeer door met behulp van arbeid en kapitaal winst te behalen.
Online broker
Bij een online broker is het mogelijk om via internet te beleggen. Een beursorder die wordt doorgegeven via internet is binnen enkele seconden aangekocht. De Alex Beleggersbank introduceerde online beleggen voor de particuliere belegger in 1999 als eerste in Nederland. Beleggen was voor die tijd enkel mogelijk bij grootbanken.
Onroerende Zaak Belasting (OZB)
Onroerende Zaak Belasting (OZB) is een belasting die door de gemeente wordt geheven voor eigenaren en gebruikers van roerende zaken zoals grond en gebouwen. Er zijn in feite twee soorten OZB. De ene soort betreft het gebruikers- of bewonersgedeelte en de andere soort het eigenaargedeelte. Huiseigenaren betalen beide delen. Bij een verhuurde woning betaalt de huurder het eerste deel en de verhuurder het tweede deel. Bovendien kan de verhuurder de OZB aftrekken van de belasting.
Openingskoers
De openingskoers is de eerste koers van een effect op een handelsdag. In feite is het de consensusprijs van alle betrokken partijen die de vorige dag hebben geanalyseerd.
Optie
Een optie is het recht om iets gedurende een bepaalde periode tegen een afgesproken prijs te mogen kopen of verkopen. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een auto. Op de beursvloer ligt het iets anders. Daar moet voor een optie een prijs, ofwel een premie worden betaald. Daar staat wel tegenover dat het recht dat je hebt gekocht keihard is. De optiebeurs zorgt ervoor dat dit goed loopt.
Overlijdensrisicoverzekering
Een overlijdensrisicoverzekering is een levensverzekering die een vooraf afgesproken bedrag uitkeert in geval van overlijden van de verzekerde. Meestal wordt een overlijdensrisicoverzekering afgesloten voor de nabestaanden, om bijvoorbeeld de hypotheek te kunnen afbetalen wanneer de partner overlijdt. Ook ondernemers sluiten vaak een overlijdensrisicoverzekering af voor de zakenpartner, om de mogelijkheid te creëren de onderneming voort te zetten.
Passiva
De passiva worden weergegeven op de creditzijde van de balans van een onderneming. Voorbeelden van passiva zijn aandelen, reserves en leningen. Het zijn in feite de middelen waarmee de onderneming is gefinancierd.
Pensioenfonds
Een pensioenfonds is een rechtspersoon waarin voor ten minste twee deelnemers of hun nabestaanden geld wordt bijeengebracht en beheerd om tenminste een basispensioenregeling uit te voeren.
Pensioengat
Een pensioengat is een tekort in het pensioen dat ontstaan is als gevolg van wisseling van werkgever, echtscheiding, eerder stoppen met werken, tijdelijk minder werken of een late start van de pensioenopbouw.
Pensioengrondslag
De pensioengrondslag is dat deel van het salaris waarover het pensioen wordt berekend.
Pensioenleeftijd
De pensioenleeftijd is de leeftijd waarop iemand volgens de pensioenregeling waaraan hij of zij deelneemt met pensioen mag.
Preferent aandeel
Een preferent aandeel is een aandeel met bepaalde voorkeursrechten zoals winstdeling (vast dividend) of het recht tot het benoemen van bestuurders. Een preferent aandeel geeft voorrang boven een gewoon aandeel waar het gaat om de winstverdeling.
Privatisering
Privatisering is de situatie waarin de aandelen van een overheidsbedrijf (geheel of gedeeltelijk) in handen komen van particulieren.
Prospectus
Een prospectus is een publicatie die door een onderneming of instelling beschikbaar wordt gesteld en die naast de vereiste gegevens uitgebreide informatie bevat over emissie van de betreffende onderneming/instelling.
Provisie
Een provisie is een vergoeding voor verschillende soorten financiële dienstverlening. Vaak bedraagt de commissie ook een percentage van de aan- en verkoopsom.
Putoptie
Een putoptie is het recht of de plicht om gedurende een bepaalde periode de onderliggende waarde van een optie tegen uitoefenprijs te mogen verkopen. Hiervoor betaalt de koper een optiepremie. Hij is hiertoe bereid omdat hij verwacht dat de onderliggende waarde zal dalen.
Quorum
Een quorum is het minimale aantal aandeelhouders dat aanwezig moet zijn op een aandeelhoudersvergadering. Het quorum wordt door de wet bepaald en is nodig om bepaalde beslissingen te mogen nemen.
Quotum
Een quotum is een van overheidswege opgelegde invoerbepering die van kwantitatieve aard is.
Raad van bestuur
De raad van bestuur is de directie van een vennootschap. In het Engels wordt de raad van bestuur aangeduid met ‘Board of Directors’.
Raad van Commissarissen
De Raad van Commissarissen is het orgaan dat is benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders. Ze houdt toezicht op en adviseert aan de directie.
Rally
Rally is een Engelse term voor een snelle en aanhoudende stijging van de beurskoersen.
Recessie
De letterlijke betekenis van recessie is teruggang of achteruitgang. Het wordt gebruikt om aan te geven dat de economische groei negatief is. In de praktijk wordt van een recessie gesproken wanneer de groei van het bruto nationaal product gedurende twee opeenvolgende kwartalen negatief is. Is de daling langdurig en sterk dan wordt ook wel van een depressie gesproken. Zowel recessie als depressie zijn onderdeel van een laagconjunctuur.
Rechtsbijstandverzekering
Een rechtsbijstandsverzekering is een verzekering die de proceskosten dekt evenals de kosten van juridische en andere deskundige bijstand in de gevallen die vermeld staan in de polisvoorwaarden horende bij deze verzekering.
Rechtspersoon
Een rechtspersoon is een organisatie die evenals een natuurlijk persoon zelfstandig rechten en plichten kan dragen. Enkele door de wet onderscheiden privaatrechtelijke rechtspersonen zijn: een vereniging, een stichting, een coöperatie, een naamloze vennootschap (NV) en een besloten vennootschap (BV).
Refirente
De refirente (ook wel herfinancieringsrente genoemd) is de rente die banken en financiële instellingen betalen aan de centrale bank bij het opnemen van geld.
Rendement
Rendement is de opbrengst of het inkomen dat de uitkomst is van een belegging of investering over een bepaalde periode. Wanneer rendement wordt uitgedrukt in een percentage van de waarde van een investering of geïnvesteerd bedrag, wordt vaak gesproken van rentabiliteit.
Rentecurve
Een rentecurve is een grafische weergave van rente in relatie tot looptijd. De looptijd wordt in een rentecurve op de horizontale as aangegeven en de rentevergoeding op de verticale as. Over het algemeen is de rente op kortlopende leningen lager dan op lang lopende leningen.
Risico opslag
Risico opslag is een rente opslag die wordt geheven bovenop het basis rentetarief. De hoogte van de risico opslag is afhankelijk van het risico dat de uitlenende partij loopt op niet-terugbetaling.
Schatkistpapier
Schatkistpapier is een verzamelnaam voor kortlopende rentedragende schuldbekentenissen uitgegeven door de staat.
Short gaan
Short gaan in aandelen wil zeggen: aandelen kopen zonder ze in bezit te hebben met de bedoeling ze nog voor de levering op een lagere koers te kopen en op die manier winst te maken. Bij short gaan in opties kan short gaan zowel het verkopen van call opties als het verkopen van put opties betekenen, waarmee men de plicht tot levering dan wel aankoop aangaat.
Slotkoers
De slotkoers is de laatste koers van een effect op een handelsdag.
Solvabiliteit
Solvabiliteit is de mate waarin een onderneming in staat is aan haar verplichtingen te voldoen die ze heeft jegens de schuldeisers.
Spaarhypotheek
De spaarhypotheek is een hypotheekvorm die bestaat sinds 1985. Bij de spaarhypotheek wordt er naast een hypothecaire lening een gemengde kapitaalverzekering afgesloten, waarvan het verzekerde kapitaal genoeg is om de lening mee af te lossen. De rente die vergoed wordt op de kapitaalverzekering staat in verband met de rente op de hypothecaire lening. Daalt de hypotheekrente dan stijgt de premie voor de gemengde verzekering, stijgt de hypotheekrente dan daalt de premie voor de gemengde verzekering.
Spaarloon
Spaarloon is een regeling opgezet door de Nederlandse overheid om met belastingvoordeel te kunnen sparen. De werknemer legt brutoloon in op een spaarloonrekening, zodat het belastbare inkomen lager wordt. Er hoeft dus over het bedrag op de spaarloonrekening geen inkomstenbelasting te worden betaald. Daar tegenover staat dat het geld vier jaar vast staat.
Staatssteun
Staatssteun is hulp die de overheid verleent aan noodlijdende bedrijven. De overheid kan hiertoe besluiten voor het behoud van werkgelegenheid of specialistische kennis.
Subsidie
Subsidie is geld dat door de overheid of de Europese Unie verstrekt wordt aan bedrijven met als doel het verlagen van de prijzen of het in stand houden van de werkgelegenheid.
Technisch analist
Een technisch analist analyseert de financiële markten met behulp van een technische analyse.
Technische analyse
In een technische analyse worden koersgrafieken bestudeerd om in een zo vroeg mogelijk stadium wijzigingen in de trend te identificeren en de toekomstige richting te kunnen bepalen. Een technisch analist zoekt naar koerspatronen met een terugkerend karakter omdat deze iets kunnen zeggen over de toekomstige ontwikkeling. Ook kijkt hij naar steun- en weerstandsniveaus om te kunnen bepalen op welke momenten er moet worden in-, dan wel uitgestapt. Een technische analyse is toepasbaar op elke financiële markt en heeft in de loop der jaren een plek verworven naast de fundamentele analyse.
Toegevoegde waarde
Toegevoegde waarde is inkomen dat door de onderneming is opgewekt. Is de toegevoegde waarde per werknemer hoog, dan kan dit betekenen dat de kapitaalintensiteit hoog is bijvoorbeeld omdat handmatige arbeid binnen het bedrijf is vervangen door geautomatiseerde arbeid. Het kan echter ook betekenen dat de onderneming vele hoog gekwalificeerd personeel in dienst heeft. Afgezet tegen de personeelskosten per werknemer kan de toegevoegde per werknemer een indicatie zijn van mogelijke toekomstige salarisgroei.
Tophypotheek
Een tophypotheek is een hypotheek waarvan het hypotheekbedrag meer dan 75 procent van de executiewaarde van het huis bedraagt. Er geldt een maximum van 125 procent. Voor een tophypotheek wordt door geldverstrekkers vaak een hoger rentetarief (rente-opslag) berekend en er worden in sommige gevallen eisen gesteld met betrekking tot de vervroegde aflossing van een gedeelte van de lening.
Tracker
Een tracker is een beleggingsfonds dat op de beurs genoteerd staat en daar doorlopend kan worden verhandeld. Een belegger die trackers koopt betaalt hierover beheerskosten. Deze liggen overigens veel lager dan die van beleggingsfondsen, omdat het beheer puur administratief van aard is. De transactiekosten van trackers zijn hetzelfde als die van aandelen.
Turbo
Een turbo, ook wel aangeduid met speeder of sprinter, is een beleggingsproduct dat de mogelijkheid biedt voor beleggers om met een hefboom te beleggen in verschillende onderliggende waarden. Dit kunnen aandelen zijn, maar ook beursindices, valuta, obligaties, grondstoffen en beleggingsfondsen. Met een turbo kan worden gespeculeerd op stijgingen of dalingen.
Uitoefenprijs
De uitoefenprijs is de prijs waartegen de onderliggende waarde van een optie mag worden gekocht of verkocht en die vooraf wordt afgesproken. De uitoefenprijs hoeft niet gelijk te zijn aan de beurskoers van het aandeel.
Underperformer
Een underperformer is een fonds dat slechter presteert dan het gemiddelde (of de index). Als het gaat om een onderneming dan is een underperformer een onderneming die slechte vooruitzichten heeft en de verwachting minder te presteren dan de markt. Hierbij hoort het advies deze aandelen te verkopen.
Vakantietoeslag
Op grond van de wet minimumloon en minimumvakantiebijslag heeft elke werknemer recht op een vakantietoeslag van minimaal 8 procent van het jaarloon. De vakantietoeslag moet eens per jaar, uiterlijk in juni worden betaald. In een CAO kan een gespreide uitkering worden vastgelegd.
Valutering
Valutering is een methode die banken hanteren om te bepalen op welke dag een bedrag dat wordt bij- of afgeschreven meetelt voor de renteberekening over het saldo.
Vastgoed CV
Een vastgoed CV is een vastgoedproject in de vorm van een commanditaire vennootschap. Met een vastgoed CV wordt direct belegd in specifieke projecten zoals een winkelcentrum in Spanje of een appartementencomplex in Antwerpen. Door een participatie van een CV te kopen wordt men commandiet, dat wil zeggen: een stille vennoot die niet aansprakelijk kan worden gesteld voor eventuele schulden van de vennootschap. Een vennoot ontvangt men geen rente, maar deelt mee in de winst.
Vastgoedfonds
Een vastgoedfonds is een beleggingsfonds dat belegt in vastgoed. Een beheerder van een vastgoedfonds koopt winkels, kantoren of woningen. Naast fondsen die direct investeren in vastgoed, zijn er ook fondsen die in andere vastgoedmaatschappijen beleggen.
Vennootschap onder firma (vof)
Een vennootschap onder firma (vof) is een samenwerkingsverband tussen twee of meerdere personen ofwel: vennoten. Elke vennoot brengt goederen, geld of arbeidskracht in en is met zijn privévermogen aansprakelijk voor schulden van de vennootschap. Ook betaalt elke vennoot inkomstenbelasting over zijn deel van de winst.
Vereniging van Effectenbezitters (VEB)
De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) bestaat uit een team van deskundigen dat zich inzet voor de belangen van beleggers.
Vermogensbeheer
Letterlijk betekent vermogensbeheer het laten beheren van vermogen door een derde partij. Het gaat een stap verder dan beleggingsadvies, omdat een vermogensbeheerder besluiten kan nemen. De adviezen van een beleggingsadviseur kan een belegger naast zich neer leggen, in het geval van een vermogensbeheerder geeft de belegger de beleggingsbeslissingen uit handen.
Verzekering
Een verzekering is de overeenkomst tussen verzekeraar en verzekerde. De verzekeraar moet, tegen ontvangst van premie, de verzekerde schadeloos stellen wanneer er schade ontstaat door een onzeker voorval. Wanneer de verzekeringnemer een verzekering afsluit, verruilt hij de kleine kans op grote schade voor de zekerheid van een relatief lage premie.
Volatiliteit
Met de term volatiliteit wordt de beweeglijkheid van aandelenkoersen of indices aangegeven. Volatiliteit is een belangrijke factor wanneer het gaat om de prijsbepaling van opties. Hoe beweeglijker de onderliggende waarde, hoe hoger de prijs die de koper voor een optie moet betalen of de verkoper kan ontvangen.
Vreemd vermogen
Vreemd vermogen is de term die wordt gehanteerd voor middelen die zijn aangetrokken van derden voor de financiering van een onderneming. Het vreemde vermogen wordt dus opgebouwd uit alle verplichtingen of schulden die een bedrijf heeft.
Waardeoverdracht
Waardeoverdracht is het overdragen van pensioenaanspraken die opgebouwd zijn bij een vorige werkgever naar de pensioenregeling van de nieuwe werkgever. Bij in dienst nemen en uit dienst gaan van de werknemer is de werkgever verplicht deze te informeren over de mogelijkheid tot waardeoverdracht. Vervolgens heeft de werknemer zes maanden de tijd om te beslissen of hij dit wil. Is dat het geval, dan is de werkgever verplicht hieraan mee te werken.
Waardevast
Waardevast is een bepaald bezit wanneer de waarde ervan de algemene prijsontwikkeling (ofwel: inflatie) in een land volgt.
WAO-gat
Het WAO-gat is het gat dat ontstaat bij een verschil tussen de oude en nieuwe regeling voor de werknemer bij arbeidsongeschiktheid. Door wijzigingen in de WAO kan de uitkering voor de werknemer kleiner worden dan in de oude regeling.
Warrants
Een warrant is een verhandelbaar recht om tegen een vooraf vastgestelde prijs en gedurende een bepaalde periode rechtstreeks van de vennootschap nieuwe aandelen te kopen.
Werkloosheid
Werkloosheid is de toestand als er werklozen zijn en ook de mate waarin zich dat voordoet. De mate van werkloosheid kan worden berekend door het aantal werklozen als percentage van de beroepsbevolking te nemen.
Winstwaarschuwing
Een winstwaarschuwing is de mededeling van een onderneming dat de winst hoogstwaarschijnlijk lager zal uitvallen dan eerder werd verwacht.
Wisselkoers
Wisselkoers is de waarde van de ene valuta uitgedrukt in de andere valuta. Het noteren van wisselkoersen kan op twee manieren. Zo kan men de eenheid van de vreemde valuta uitdrukken in de eigen valuta, maar ook de eenheid van de eigen valuta uitdrukken in de vreemde valuta.
x
In deze categorie staan nog geen financiële termen.
Yield curve
Een yield curve geeft het verband aan tussen een vastrentende belegging (zoals bijvoorbeeld een obligatie) en de marktrente daarop. In het Nederlands wordt yield curve aangeduid met de term rentecurve. De curve is doorgaans een opgaande lijn: hoe langer iemand zijn geld vastzet, hoe hoger de rente is die hij ontvangt.
Zachte leningen
Zachte leningen zijn leningen die zowel een lage rente als een lange aflossingstermijn hebben.
Zwevende koersen
Zwevende koersen zijn valutakoersen die enkel op basis van vraag en aanbod tot stand komen. Bij zwevende koersen zijn vooraf geen maximum of minimum koersen bepaald.
|
|
|
| Tot wel 5,25%. En tussentijds kun je gewoon geld opnemen. Lees verder |
|
| Stap in vanaf € 4.000,- en groei mee met de Duitse economie! Lees verder |
Top 5 rentes
Beleggen - wat vindt onze expert |
|
 |
Peter Cordes (1969) heeft een ruime ervaring met het beleggingsvak. Hij begon zijn carrière als analist en werkt momenteel als vermogensbeheerder bij Bustelberg Effectenkantoor. Hij heeft een vakmatige interesse voor behavioural finance. Bustelberg is al ruim 20 jaar gespecialiseerd in klassiek vermogensbeheer voor privé- en zakelijke vermogens. Peter Cordes spreekt op verzoek op beleggingsseminars. Ook publiceert hij regelmatig columns voor diverse media. |
| Overzicht van alle artikelen door Peter Cordes |
Laatste rentewijzigingen |
| Nieuw | | Oud | Aanbieder | |
| 2,82% |
| 2,76% | LeasePlan Bank |
|
| 3,00% |
| 2,75% | Friesland Bank |
|
| 1,55% |
| 1,45% | ING |
|
| 3,10% |
| 3,30% | WestlandUtrecht |
|
| 3,25% |
| 3,35% | Yapi Kredi |
|
| 2,25% |
| 3,00% | Credit Europe |
|
| 1,80% |
| 1,00% | Loyalis |
|
| 3,90% |
| 3,90% | ING |
|
| 3,30% |
| 3,45% | LeasePlan Bank |
|
| 2,20% |
| 1,20% | ABN Amro |
|
|
Over Encyclopedie |
| In de financiële wereld worden termen gebruikt die u waarschijnlijk niet elke dag hoort. De betekenis van dit jargon is niet voor iedereen even duidelijk. Daarom vindt u in deze encyclopedie van de meest voorkomende terminologie van A tot Z een korte en bondige uitleg. |
|