Heb je schulden, dan kun je meestal minder lenen voor een huis. Dat geldt ook voor een studieschuld. In 2026 krijg je minder hypotheek voor een huis dan iemand met hetzelfde inkomen zonder schuld. Dit kan vooral voor starters nét het verschil maken tussen wel of niet kunnen bieden op een woning. Lees hier wat er is veranderd, hoe je hiermee omgaat bij de aankoop van een huis en waarom je hypotheekrente vergelijken dan verstandig is.
Een nieuwe manier van toetsen
Om te bepalen wat jij aan maximale hypotheek mag opnemen, kijkt de bank ook naar je studieschuld. Als gevolg van strengere regels weegt een studieschuld in 2026 zwaarder mee. En dat betekent dat je met een studieschuld ineens minder mag lenen voor je huis.
De opslagfactor
Om je studieschuld eerlijk mee te wegen, maakt de bank gebruik van een opslagfactor. Een opslagfactor is veiliger dan alleen kijken naar je werkelijke maandlast. Want was als de rente van je studieschuld tussentijds ineens hoger wordt, of je inkomen lager. Met de opslagfactor houden banken rekening met dat risico. De hoogte van de opslagfactor hangt onder andere af van de hypotheekrente. Hoe hoger de hypotheekrente, hoe hoger de opslagfactor.
Invloed van studieschuld op je hypotheek
Stel je betaalt € 150 per maand aan je studieschuld (rente + aflossing). Ligt de hypotheekrente tussen 3,5% en 4,0%, dan gebruiken banken een factor van 1,20. De bank rekent dan met: € 150 × 1,20 = € 180 per maand. Dit betekent dat je studieschuld in de hypotheekberekening meetelt alsof je 180 euro per maand aan vaste lasten hebt, in plaats van 150 euro.
Je vraagt een hypotheek aan met een looptijd van 10 jaar rentevast. Je bruto jaarinkomen is € 50.000. Zonder studieschuld kun je (afhankelijk van rente en situatie) bijvoorbeeld ongeveer € 245.000 lenen.
Heb je wél een studieschuld, dan houdt de bank rekening met de maandlast hiervan. Daarbij wordt deze maandlast vaak verhoogd met een opslagfactor. In dit voorbeeld telt je studieschuld dus mee als € 180 per maand. Daardoor daalt je maximale hypotheek naar bijvoorbeeld € 225.000. Het verschil: je krijgt € 20.000 minder hypotheek.
Let op: dit is een indicatief voorbeeld. Het exacte effect hangt af van o.a. je rente, rentevaste periode, looptijd en andere financiële verplichtingen.
Wat betekent dit voor jou?
Heb je een studieschuld en ga je een huis kopen? Dan krijg je meestal een lagere maximale hypotheek. Geldverstrekkers zien de maandelijkse kosten voor rente en aflossing als vaste verplichtingen. Daardoor houd je minder ruimte over voor hypotheeklasten en kun je minder lenen.
Er zijn oplossingen
Toch is het mogelijk om extra hypotheekruimte te creëren. Bijvoorbeeld door (een deel van) je studieschuld extra af te lossen. Ouders kunnen hierbij helpen met een schenking of een familielening.
Ook je werkgever kan een rol spelen. Bij sommige werkgevers mag je je individueel keuzebudget (IKB) gebruiken om je studieschuld af te lossen. Houd er wel rekening mee dat dit budget dan vaak niet meetelt als salaris. En een hoger salaris kan juist zorgen voor een hogere maximale hypotheek.
Tip
Heb je een studieschuld en ga je een huis kopen? Laat dan vooraf berekenen wat het effect is op jouw maximale hypotheek. Soms is extra aflossen slim, maar soms levert eigen geld inbrengen of een hoger toetsinkomen juist meer voordeel op. Benieuwd naar jouw mogelijkheden? Vergelijk hypotheekrente en vind de juiste hypotheek voor jouw situatie.