De gemiddelde spaarrente op vrij opneembare spaarrekeningen loopt steeds sneller op. Dat stelt financiële vergelijkingssite Geld.nl op basis van onderzoek naar de ontwikkeling van de spaarrente. Op 1 oktober lag de gemiddelde variabele spaarrente op 1,89%. Een maand eerder was dat nog 1,80%. Daarmee steeg het gemiddelde in september met 0,09 procentpunt, de grootste maandelijkse toename sinds januari 2024.
“De hoogste spaarrente krijgt meestal de meeste aandacht, maar juist de ontwikkeling van het gemiddelde is nu opvallend”, zegt Sieto de Vries, spaarexpert bij Geld.nl. “Vooral de snelheid waarmee de gemiddelde spaarrente stijgt, valt op. Dat komt doordat veel banken nu tegelijk hun spaarrente verhogen.”
Gemiddelde spaarrente stijgt sneller
De gemiddelde variabele spaarrente stijgt al enkele maanden, maar die stijging versnelde in september duidelijk. Begin augustus lag het gemiddelde rond 1,76%. Een maand later was dat 1,80% en op 1 oktober stond de gemiddelde spaarrente op 1,89%.
In augustus steeg het gemiddelde dus met ongeveer 0,04 procentpunt. In september kwam daar 0,09 procentpunt bij. Daarmee was de stijging afgelopen maand ruim twee keer zo groot als een maand eerder.
Opvallend is dat de hoogste reguliere variabele spaarrente tegelijkertijd gelijk bleef op 3,00%. De stijging zit dus vooral bij de banken onder de absolute top.
Spaarrente omhoog bij 19 banken
De stijging van het gemiddelde komt niet door één of twee uitschieters. In september verhoogden 19 banken hun variabele spaarrente. Hier zaten flinke uitschieters bij. Zo verhoogde Alisa Bank de rente in één keer van 1,25% naar 2,00%. En ging Openbank van 1,80% naar 2,25%.
Doordat meerdere banken hun rente verhogen, schuift een groter deel van de markt omhoog. Het verschil tussen de hoogste reguliere spaarrente en het gemiddelde wordt daardoor kleiner.

“Je ziet dat de rentestijging zich steeds breder door de markt verspreidt”, licht De Vries toe. “Niet alleen de banken met de hoogste rente bewegen, maar ook steeds meer aanbieders daaronder verhogen hun tarieven.”
Grootbanken blijven ver onder gemiddelde spaarrente
De drie Nederlandse grootbanken blijven voorlopig achter bij die ontwikkeling. ING en ABN AMRO bieden op hun reguliere spaarrekening 1,25% rente. Bij Rabobank is dat 1,50%. Alle drie zitten daarmee ver onder de huidige gemiddelde spaarrente van 1,89%.
“Hierbij valt op dat de grootbanken nagenoeg al het hele jaar dezelfde rente hanteren. Alleen Rabobank heeft de spaarrente in augustus met 0,10 procentpunt verhoogd”, aldus De Vries. “Zet je dat af tegen de verhogingen van andere banken, dan is dat een minimale verhoging.”
Wat betekent het verschil in rente in euro’s?
Voor spaarders kan het verschil flink oplopen. Over € 50.000 spaargeld levert 1,89% rente op jaarbasis ongeveer € 945 op. Bij 1,25% is dat € 625. Dat is ongeveer € 320 minder per jaar. Bij 1,50% rente gaat het om ongeveer € 750, een verschil van € 195. “Nederlandse spaarders die bij hun huisbank blijven, lopen dus flink wat spaargeld mis. Terwijl een tweede spaarrekening eenvoudig online gratis te openen is,” zegt De Vries.
Verschillen tussen banken blijven groot
Hoewel de gemiddelde spaarrente de afgelopen maanden sneller oploopt, blijven de verschillen tussen banken groot. De reguliere variabele rentes lopen uiteen en sommige banken bieden daarnaast tijdelijk een hogere actierente. De hoogste actierente ligt op dit moment op 3,10% en duurt 6 maanden. Daarna ontvang je de standaardrente, deze staat nu op 2,25%, dat is ruim boven de gemiddelde variabele spaarrente. Met regelmatig je spaarrente vergelijken, haal je eenvoudig een hoger rendement over je spaargeld.