Volgens De Nederlandsche Bank (DNB) sparen Nederlanders nog altijd meer dan voor de coronapandemie. We zetten een groter deel van ons inkomen opzij en ook onze gezamenlijke spaarpot blijft groeien. Eind juni stond er ruim € 552 miljard op Nederlandse spaarrekeningen. Wie geld opzijzet, wil natuurlijk ook zoveel mogelijk uit zijn spaargeld halen. Een hoge spaarrente maakt daarbij een groot verschil.
Nederlanders zetten groter deel inkomen opzij
In 2019 spaarde de gemiddelde Nederlander 3,1% van zijn inkomen. Tijdens de coronapandemie liep dat percentage sterk op. Ook daarna bleef de spaarquote relatief hoog. In de jaren na corona zetten Nederlanders minimaal 4,3% van hun inkomen opzij.
Tijdens de coronaperiode was sparen makkelijker. Geld voor uit eten gaan, winkelen en reizen kon naar de spaarrekening. Toch hebben veel mensen het extra opgebouwde spaargeld daarna niet massaal uitgegeven.
Hogere inkomens geven meer ruimte om te sparen
Een belangrijke verklaring van het spaargedrag is dat de inkomens de afgelopen jaren zijn gestegen. Huishoudens zijn dat extra inkomen niet volledig gaan uitgeven. Een deel ervan bleef daardoor over om te sparen of bijvoorbeeld de hypotheek verder af te lossen.
Ook steunmaatregelen van de overheid hebben volgens het CPB bijgedragen. Huishoudens kregen bijvoorbeeld hulp bij hoge energiekosten. Als huishoudens daardoor minder van hun eigen inkomen nodig hadden voor vaste lasten, konden zij een deel van het overgebleven bedrag sparen.
Onzekerheid zorgt voor meer sparen
Ook onzekerheid over de economie en de eigen financiële situatie speelt mee. Hogere energieprijzen, inflatie en internationale conflicten zorgen ervoor dat mensen voorzichtiger worden met hun uitgaven.
Vooral de hogere prijzen van energie en boodschappen hebben de afgelopen jaren invloed gehad op het consumentenvertrouwen. Huishoudens besluiten daardoor sneller om meer geld achter de hand te houden voor onverwachte of hogere uitgaven.
Niet ieder huishouden kan meer sparen
Dat we in Nederland gemiddeld meer sparen, betekent niet dat dit voor iedereen geldt. Vooral huishoudens met hogere inkomens hebben meer ruimte om geld opzij te zetten. Mensen met lagere inkomens herkennen zich daardoor mogelijk minder in de hoge gemiddelde spaarquote.
Het totale spaargeld en de gemiddelde spaarquote zeggen dus vooral iets over alle Nederlandse huishoudens samen.
Spaarquote blijft naar verwachting hoog
Het CPB verwacht dat Nederlanders de komende jaren een relatief groot deel van hun inkomen blijven sparen. Ook doordat er meer op hypotheken wordt afgelost, blijft de spaarquote hoog. De groei kan wel afvlakken als huishoudens een groter deel van de inkomensstijging van de afgelopen jaren alsnog gaan uitgeven. Blijf je juist geld opzijzetten? Dan loont het om te kijken waar je de hoogste spaarrente krijgt.